Kerst in de zomer

Bij ons op zolder staat een dikke, stukgelezen kerstverhalenbundel. Mijn vader las er al uit voor en ik heb het boek ook weleens gebruikt om een vertelling voor de zondagsschool voor te bereiden. Eén verhaal eruit is me altijd bij gebleven. Het draagt de titel: Kerstfeest in de zomer.

Aan die titel moet ik bijna elk jaar wel een keer denken. Niet om het verhaal an sich, maar om het jaargetijde. Kerstverhalen worden namelijk meestal in de zomer geschreven. En materiaal voor de lijdenstijd en Pasen net voor Advent. 

Dat lijkt de omgekeerde wereld: als heel Nederland al puffend met zijn benen in een voetenbadje zit of bij een ventilator en met een ijsje de middag probeert door te komen, zet ik kerstmuziek op en schrijf de eerste verwachtingsvolle zinnen. En als de bladeren gaan vallen, verdiep ik me in het lijden en de opstanding van Christus. Leven door de dood heen!

Wie nu denkt dat het me soms zwaar valt, die heeft ongelijk. Er is niets mis met een kerkelijk jaar – leven nu eenmaal in die traditie – maar tegelijkertijd is er niets heerlijker en zegenrijker dan om twee keer per jaar als het ware ondergedompeld te worden in de heilsfeiten. 

Van de reformator Johannes Calvijn is bekend dat hij op de zondag na Kerst wel over de geboorte van de Heere Jezus preekte en op Pasen over Zijn opstanding, maar dat hij ook sterk benadrukte dat ‘wij dagelijks de toevlucht nemen tot de Zaligmaker Die God bleef en toch als mens werd geboren, Die stierf, Die uit de dood opstond en Die wij door de kracht van de Heilige Geest moeten zoeken aan de rechterhand van de Vader’ (dr. P. de Vries, artikelen en opinie). En zo is het.

Ada Schouten-Verrips

Meer boekennieuws